Volledig scherm
PREMIUM
Frans Terwisscha van Scheltinga en Fokje Hoekstra mochten pas na twee jaar getrouwd te zijn geweest samenwonen © Privéfoto

Fokje had maar weinig nodig om haar gezin te laten bloeien

Van wieg tot grafZe moest pionieren in een polder die haar man had drooggemaakt. Zijn salaris was geen vetpot, maar Fokje had maar weinig nodig om haar gezin te laten bloeien. Deze keer in de rubriek van Wieg tot Graf het levensverhaal van Fokje.

Fokje Terwisscha van Scheltinga-Hoekstra (16 januari 1929 - 26 april 2019) werd geboren boven het café van haar ouders in Wijtgaard, dat vlak onder Leeuwarden ligt. Het was een gezellig gezin van dertien kinderen waar veel werd gezongen, maar ook hard werd gewerkt. Dagelijks schuurde Fokje alle glazen met zout totdat ze blonken. Op haar negentigste zou ze er nog steeds voor zorgen dat haar glaswerk schitterde.

Fokje werd verliefd op Frans. De zoon van een herenboer die, gedwongen door de verkoop van de boerderij, moest gaan werken voor een baas. De Wieringermeer werd drooggemaakt en er was werk genoeg voor een sterke boerenzoon die vier paarden mennen kon. Het was zwaar werk. Een vlijmscherpe spade moest eerst worden ingevet en daarna door het water gehaald, om in de zware zeeklei te kunnen spitten. Na de Wieringermeer volgde de Noordoostpolder waar de gedachte aan Fokje, en twee broden met spekvet per dag, ervoor zorgden dat hij het volhield.

Ze trouwden in 1951 voor de wet. Samenwonen ging nog niet. Dat kon pas toen ze twee jaar later voor de kerk trouwden en er een huis beschikbaar was in Bant. Een klein pioniersdorpje in de nieuwe Noordoostpolder waar Fokje met talent het huishouden bestierde. Haar zeven kinderen en het huis bloeiden onder haar leiding. Iedereen wist wat er moest gebeuren en alles had een vaste plek.

In samenwerking met indebuurt Westland