Volledig scherm
Mannen en vrouwen kunnen even goed kaartlezen. © Shutterstock

Bewezen: mannen en vrouwen kunnen even goed kaartlezen

Tussen mannen en vrouwen zijn nauwelijks verschillen wat kaartlezen betreft. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden dat in het wetenschappelijk magazine Eos staat. Mannen overschatten zichzelf, vrouwen kunnen het beter dan ze denken.

Mannen en ouderen denken dat ze beter zijn in kaartlezen dan ze eigenlijk zijn, terwijl vrouwen zichzelf juist onderschatten. Dat begint vanaf de pubertijd. Ook beginnen jongens hun eigen kunnen dan te overschatten. Waarschijnlijk omdat stereotypen vanaf die leeftijd het zelfbeeld beïnvloeden.

Online game

De onderzoekers kwamen tot de resultaten door 8000 proefpersonen van alle leeftijden een online game te laten spelen. Ze kregen een video te zien waarbij ze een route volgden op een onbekende planeet. Onderweg kwamen ze voorwerpen tegen, zoals een container of een auto.

Daarna kregen de proefpersonen verschillende vragen voorgeschoteld. Zo kregen ze allerhande voorwerpen te zien en moesten ze aangeven of ze die al dan niet onderweg tegenkwamen en welke kant ze op gingen bij het passeren van het voorwerp. Ze moesten eveneens op een plattegrond aanwijzen waar de voorwerpen zich bevonden. 

Ze kregen ook een plek op de kaart te zien en moesten vanaf daar het eindpunt van de route tonen. Tot slot dienden ze aan te geven welke voorwerpen dichter bij elkaar lagen. Hoe meer goede antwoorden, hoe beter je kunt kaartlezen.

Twee navigatiestijlen

Eerder onderzoek liet al zien dat er twee navigatiestijlen zijn: een egocentrische en een allocentrische. Wie de eerste hanteert, let vooral op de omgeving vanuit een eigen gezichtspunt: ik ging linksaf bij de boot. Een allocentrische stijl betekent dat je onthoudt hoe de elementen uit de omgeving ten opzichte van elkaar staan: de container stond ten noorden van de boot. Een goede kaartlezer past beide stijlen toe, afhankelijk van waar de situatie om vraagt.