Volledig scherm
. © Shutterstock

Wetenschappers vinden variaties
in genen die risico geven op ADHD

Een internationaal team van onderzoekers zegt twaalf genetische variaties te hebben gevonden die het risico op ADHD vergroten. Dat meldt het Radboudumc, dat deelneemt aan dit Psychiatric Genomics Consortium.

Onze genen spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van psychische aandoeningen, waaronder ADHD. Genetische factoren vormen 75 procent van het risico, aldus de onderzoekers. Het onderzoek naar voor ADHD verantwoordelijke variaties in het menselijk genoom is er een van tientallen jaren. Tot nu toe had die zoektocht geen duidelijke resultaten opgeleverd. Voor dit onderzoek werden van 20.000 mensen met en 35.000 zonder ADHD de genetische verschillen in kaart gebracht en vergeleken. 

De uitkomsten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Genetics. ,,Hoewel deze twaalf genen een bescheiden rol spelen in het ontstaan van ADHD, is deze studie een zeer belangrijke stap in het begrijpen van de biologie van de aandoening", aldus een woordvoerder van het team. Er is dan ook nog een lange onderzoeksweg te gaan. Vermoed wordt dat er duizenden genen aan het ontstaan van ADHD te pas komen.

Geen echte aandoening

Het is aan internationale samenwerking te danken dat de wetenschappers nu de eerste risicogenen hebben weten te duiden. ,,De internationale samenwerking op mondiale schaal heeft dit resultaat bewerkstelligd. Met name voor ADHD is dergelijke voortgang belangrijk, omdat er nog steeds mensen zijn die ADHD niet als een echte aandoening beschouwen. Het is dus van belang dat een genetische oorzaak en biologische mechanismen achter ADHD duidelijker worden’’, zegt Barbara Franke, hoogleraar Moleculaire Psychiatrie van het Radboudumc.

De genetische ontdekkingen bieden een nieuw inzicht in de ontwikkeling van ADHD. Sommige genen zijn van belang voor de communicatie tussen hersencellen, terwijl anderen van invloed zijn op cognitieve functies zoals taalgevoel en leervermogen. De resultaten tonen aan de variaties veelal bepalen hoe zeer het gen zich laat gelden en dat de aangetaste genen voornamelijk in de hersenen invloed hebben. Dezelfde genen blijken ook effect te hebben op de impulsiviteit van gezonde mensen. 

Relatie met andere aandoeningen

Voor het onderzoek vergeleken de wetenschappers de nieuwe resultaten met eerder breed genetisch onderzoek naar ADHD-symptomen. Daaruit bleek dat de variaties die op ADHD duiden, eveneens een effect kunnen hebben op hyperactiviteit en impulsief gedrag. De risicovarianten zijn wijdverspreid onder de bevolking, zo blijkt. Hoe meer variaties iemand heeft, des te vaker laat die persoon ADHD-achtige kenmerken zien.

De onderzoekers bekeken ook de zogenaamde genetische overlap tussen ADHD en andere aandoeningen. Zo blijken ze een negatief effect te hebben op het leervermogen. De genetische variaties die het risico op ADHD verhogen, hebben gemiddeld beschouwd een negatief effect op de leerprestaties van mensen die de variaties vertonen, maar geen ADHD hebben. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat er verband bestaat tussen ADHD en zwaarlijvigheid en diabetes type-2. Met het risico op ADHD neemt ook de kans op overgewicht en suikerziekte toe.