Zo selecteert een laborant de beste spermacel

VideoKinderen krijgen is voor veel mensen een wens, maar niet vanzelfsprekend. Eén op de zes stellen heeft problemen om binnen een jaar zwanger te raken. Dan is er soms hulp nodig van een fertiliteitscentrum.

Een methode is om tijdens het fertiliteitstraject de spermacel te selecteren met het meeste kans om een zwangerschap teweeg te brengen. Een manier is de zogeheten ICSI-methode: een handmatig gekozen zaadcel wordt dan in de eicel geïnjecteerd. Maar hoe vind je zo’n vitale spermacel? Biomedisch technoloog Loes Segerink (Universiteit Twente) legt het in haar college bij de Universiteit van Nederland uit (bovenstaande video).

Aan het begin van het fertiliteitsonderzoek wordt er bij de vrouw gekeken naar haar vruchtbaarheid: de regelmatigheid van de menstruatiecyclus wordt gemeten, er wordt lichamelijk onderzoek gedaan en er wordt gekeken of er een eisprong plaatsvindt. Aan de man wordt er een potje meegegeven dat hij mag vullen en daarna mag inleveren bij de laborant.

Volledig scherm
Een spermacel wordt geïnjecteerd in een eicel. © EPA

Beweeglijkheid

Daarna wordt bepaald of het zaad van goede kwaliteit is. Er wordt door de laborant gekeken naar de concentratie zaadcellen, het volume en de bewegelijkheid van de spermacellen. Het tellen van de zaadcellen is met wat ervaring niet zo’n gedoe maar de beweeglijkheid van de cellen is wat moeilijker te meten. En het wordt nog lastiger als je moet zeggen welk deel nou snel zwemt en welk deel juist langzaam, helemaal als je je bedenkt dat in een gemiddelde zaadlozing tussen de 100 en 200 miljoen zaadcellen zitten. De bewegelijkheid van de zaadcellen is echter heel belangrijk: hoe sneller de zaadcel beweegt, hoe vitaler hij is.

Om dit makkelijker te meten, heeft Segerink een systeem ontwikkeld waarmee je op een objectieve wijze de zaadkwaliteit van de man kan bepalen. Voor deze methode wordt een lab on a chip gebruikt. Dit lab op chipformaat bestaat uit een plaatje met daarop drie chips. Deze chips zijn met elkaar verbonden door een microkanaal: een buisje met een diameter kleiner dan één haar. In dat smalle buisje zitten elektrodes waar de zaadcellen één voor een langs stromen. Deze elektrodes geven een signaal als er een zaadcel langskomt en tellen ze zo. Op deze manier kan er een objectieve maat van de concentratie zaadcellen gegeven worden.

Volledig scherm
© Mark Reijntjens

Handmatig

Deze methode zou je volgens Segerink ook kunnen toepassen om de meest bewegelijke zaadcel te selecteren. Nu wordt dit nog handmatig door een laborant. Hiervoor wordt het zaad eerst gewassen zodat alleen de vitale, zwemmende zaadcellen overblijven waarna de laborant handmatig de zaadcel kiest. In de praktijk betekent dit dat in het proces ook geschikte cellen beschadigd raken of per ongeluk weggewassen worden.

De lab on a chip zou ook hier uitkomst kunnen bieden. Segerink doet momenteel onderzoek naar de toevoeging van de stof fibronectine. Dit spul bindt aan de buitenkant van zaadcellen en ‘vangt’ ze als het ware waarbij ze niet meer wegzwemmen maar op een punt blijven zwemmen. Door vervolgens een filmpje te maken van deze gevangen cellen en daarna beeldanalyse te gebruiken, kun je zien welke zaadcel nou het hardste zwemt en die selecteren. Want nogmaals: de meest bewegelijke zaadcel, is het meest vitaal.

Op dit moment wordt deze ingenieuze methode voor het selecteren van zaadcellen nog niet toegepast in de fertiliteitsklinieken. Het laat nog even op zich wachten tot er meer onderzoek is uitgevoerd. Dus voor de mannen die een fertiliteitstraject in gaan: de laborant zal nog steeds handmatig jouw beste zwemmertje moeten gaan uitkiezen!

Dit is een wekelijkse bijdrage van de Universiteit van Nederland.

De Universiteit van Nederland heeft vanaf nu ook een podcast. Vind ze terug op Spotify (http://bit.do/UvNL-Spotify) en iTunes (http://bit.do/UvNL-iTunes).