Volledig scherm
© Photo News

Eén ding kon Knetemann nóg beter dan fietsen: lullen

Het is vandaag niet alleen de sterfdag van Theo van Gogh. Tien jaar geleden overleed ook Gerrie Knetemann - wielrenner, bondscoach en entertainer - tijdens een fietstochtje in de duinen.

Volledig scherm
Gerrie Knetemann houdt het niet droog na zijn wereldtitel in 1978. © anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp

Gerrie ging een rondje fietsen. Op de mountainbike de duinen van Schoorl in, zoals zo vaak. Even een paar uurtjes met de kop in de wind en het zuur in zijn poten.  

Maar hij kwam nooit meer thuis.  

Vandaag is het tien jaar geleden dat Gerrie Knetemann zijn laatste rondje reed. Zijn hart begaf het. Zomaar, zonder waarschuwing. Op zijn 53ste. In de journaals van die avond moest de toenmalige bondscoach achteraan aansluiten: Theo van Gogh was een paar uur daarvoor vermoord. Dat was vreemd: als er iemand niet gewend was om achteraan aan te sluiten, dan was het Knetemann.  

Als renner was hij een winnaar. Een killer. Als hij in de positie kwam om te winnen, liet hij de kans zelden liggen. Zijn erelijst bulkt uit. Tien Touretappes, twee keer de Amstel Gold Race en het WK en een rits etappe- en eindzeges in kleinere etappekoersen - de lijst met ereplaatsen is zo lang dat je er een middagje voor moet gaan zitten om ze door te nemen.  

Maar Knetemann kon misschien nog wel één ding beter dan wielrennen: praten. Of, zoals hij het zelf noemde: lullen. Knetemann was als renner én als bondscoach in staat om de koers en het gevoel van zere poten en brandende longen om te zetten in woorden. Hij strooide met oneliners en uitdrukkingen die meteen in het Grote Boek Van Wielergezegdes werden opgenomen. Het enige dat hij nodig had, was een microfoon of een camera waarin hij zijn woorden kon vuren. Hij had het over de dood of de gladiolen, over harken, over karretjes in de poep rijden en over kasseien die zo slecht lagen dat het net was alsof de Romeinen ze ooit uit een helikopter hadden gegooid.    

Knetemann besefte dat sporter zijn meer is dan hard trappen: de omgang met de media is óók een deel van het vak. En dus was hij altijd beschikbaar. Soms speelde hij de rol van nar, maar nooit nam hij een blad voor de mond.  

Vrouwenwielrennen
Na het WK van 1978, waarin hij in de finale leek te onderhandelen met medevluchter Francesco Moser, zei hij: 'Voor hetzelfde geld word ik tweede. Nou ja, voor een beetje meer dan.' En over het vrouwenwielrennen, in Sport International: 'Ik zie vrouwenwielrennen niet zitten. Vrouwen moeten lief zijn en vooral niet aan wielrennen doen om zo mooi te blijven. De sport is te zwaar en te gevaarlijk voor vrouwen. Bovendien lijkt het nergens op als je ze in de bergen ziet aanklooien. Ze staan meer stil dan dat ze fietsen.'

Volledig scherm
Roxane Knetemann. © anp
Quote

'Als het hard waaide, wreef hij in zijn handen. Echt Kop­je-van-Bloemen­daal-wind­je, zei hij dan.'

Roxane Knetemann

Op die laatste opmerking moest hij later terugkomen. Zijn dochter Roxane bleek zijn talent te hebben geërfd. En Gerrie stond bij elk wedstrijdje dat ze reed langs de kant. Roxane Knetemann: 'Ik deed wat mijn vader zei. Niet klakkeloos hoor, want hij leerde zijn kinderen dat je nooit zomaar iets moest aannemen. Maar hij wist gewoon heel veel. We trainden altijd samen. Vaak reden we naar het Kopje van Bloemendaal, vooral bij zuidwestenwind. Als het hard waaide, wreef hij in zijn handen. Echt Kopje-van-Bloemendaal-windje, zei hij dan. Boven op het Kopje staat een brievenbus. Hij zei altijd: Helemaal tot daar moet je. Tot de brievenbus.'  

Knetemann haalde het maximale uit zijn carrière. En ook uit zijn mediaoptredens. Verder bezat hij pannenkoekenhuisjes, liep hij de marathon van New York en nam hij een singeltje op (nr. 19 in de Tipparade). Hij wilde alles, hij deed alles. Maar na 53 jaar was het ineens klaar.  

Het was zoals hij zelf al zei: 'Sportmannen hebben één nadeel: het zijn mensen.'  

En die gaan een keer dood. Soms veel te vroeg.

Volledig scherm
© anp