Volledig scherm
Niki Terpstra spuit champagne na winst in de Ronde van Vlaanderen. © BELGA

Waar komt het oranje wielersucces toch vandaan?

Belgen analyserenNederland domineert het wielrennen. Na vele magere jaren voeren onze landgenoten nu op alle fronten het hoogste woord. Hoe kan dit? Waar komt dit succes vandaan? De Vlaamse krant Het Laatste Nieuws zocht het uit.

Door Bart Audoore 

Tom Dumoulin is wereldklasse in het groterondewerk. Dylan Groenewegen is een topsprinter in wording. Niki Terpstra domineerde de Vlaamse klassiekers. Wout Poels kan opnieuw schitteren in de Ardense koersen. Jawel, het gaat goed met het Nederlandse wielrennen. Vanwaar die weelde? 

Het is een feitelijke vaststelling: op elk terrein en in elk type koers heeft Nederland renners die meespelen op wereldniveau. ,,De laatste jaren zijn aardig wat grote wedstrijden gewonnen door Nederlandse renners”, zegt Addy Engels, ploegleider bij LottoNL-Jumbo. “Dat is heel leuk voor de Nederlandse wielerfans. Zij hebben elke keer iemand om aan te moedigen.”

Quote

Het zijn slechts een handvol toppers die telkens voor de overwin­ning zorgen

Addy Engels
Volledig scherm
Tom Dumoulin won de Giro. © Cor Vos

Luik-Bastenaken-Luik, de Clasica San Sebastian, de BinckBank Tour (2x), de Giro, de slotrit van de Tour op de Champs Élysées, het WK tijdrijden, Kuurne-Brussel-Kuurne, de E3 Harelbeke, de Ronde van Vlaanderen, de Scheldeprijs: het is een prestigieus lijstje met overwinningen die onze noorderburen de voorbije 2,5 jaar bij mekaar fietsten. ,,Maar moet je dat nu relativeren of niet?”, vraagt Engels zich af. ,,Tenslotte zijn het slechts een handvol toppers die telkens voor de overwinning zorgen.”

Klopt, maar is dat niet voor elk land zo? Wout Poels (30), Bauke Mollema (31), Niki Terpstra (33), Tom Dumoulin (27), Dylan Groenewegen (24) en nieuwkomer Fabio Jakobsen (21) waren en zijn de winnaars van dienst. Zij zijn de exponenten van de ‘Hollandse’ weelde. ,,Maar wat daar onder zit, is ook niet min”, zegt Aike Visbeek, ploegleider bij het Duits-Nederlandse Sunweb. ,,Dat is het echt goede nieuws: de onderlaag wordt steeds groter. Het succes wordt breed gedragen. Dit is niet een gelukkige generatie met twee of drie toppers en daarna niks meer.”

Je mag de rijkdom niet overdrijven, maar Nederland heeft inderdaad nog wel wat jongens met potentieel. Fabio Jakobsen noemden we al: hij won de Scheldeprijs en laat vermoeden dat ook hij een topsprinter kan worden. Mike Teunissen (25) toonde in de kasseikoersen dat hij bezig is de laatste stap te zetten. Wilco Kelderman (27) deed dat vorig jaar al. Zonder dat het veel aandacht kreeg, reed hij in de herfst naar een knappe vierde plaats in de Vuelta. Het zijn maar een paar namen, maar vooral de verscheidenheid - van sprinter over hardrijder tot klimmer - valt opnieuw op.

Toeval?

In ons land hebben we die luxe niet. Sinds Tom Steels, die in 2005 zijn laatste koersen won, hadden we geen topsprinter meer. In het groterondewerk was Jurgen Van den Broeck het enige lichtpunt in dertig jaar. In de klassiekers kan België de vergelijking met Nederland wél doorstaan. Makkelijk zelfs. In de elf klassiekers en semiklassiekers die dit jaar gereden zijn, waren de Belgen goed voor 44 toptienplaatsen: dat is een pak meer dan de 10 van Nederland. ,,Op het vlak van de klassiekers hebben jullie nog altijd voorsprong”, geeft Engels toe.

Volledig scherm
Dylan Groenewegen won vorig jaar op de Champs Elysées. © REUTERS

Maar waarom oogt het Belgische wielerpeloton zo ‘eng’? Het is nog maar pas dat we met Tim Wellens, Tiesj Benoot en Dylan Teuns weer mogen dromen van succes in de klimklassiekers - ervoor was er enkel Philippe Gilbert. Tot heel recent speelde ons land enkel mee in de Vlaamse koersen. ,,Dat zit deels in de opleiding”, zegt Engels. ,,Eind jaren negentig is Rabobank gestart met een opleidingsproject en de focus lag op internationale wedstrijden en bergop rijden. Er stapten meer klimmers in dan sprinters.”

Die laatste kwamen er een beetje vanzelf: wie in een vlak land woont en wil koersen, zal sneller een specialist worden in het ‘vlakke’ werk. Dat gaat bijna automatisch. Ter info: ondertussen heeft ook de Belgische wielerbond een klimproject lopen. De eerste jongens uit die groep worden nu prof. ,,En net als in Nederland zullen jullie in België mee afhankelijk zijn van het toeval”, zegt Michael Boogerd, ploegleider bij Roompot-Nederlandse Loterij. “Talent kan je niet kweken. Dat moet geboren worden. Maar als het er is, moet je het wel ontdekken en goed begeleiden.”

En dat gebeurt nu, zegt Visbeek. ,,Nederlandse trainers zijn steeds beter opgeleid. In vergelijking met tien jaar geleden tel ik veel meer coaches met een diploma bewegingswetenschappen. Als de trainer beter is opgeleid, wordt de renner ook beter opgeleid.”

Visbeek noemt ook een veranderde mentaliteit. ,,Het wielrennen heeft de filosofie van het voetbal overgenomen. Bij Ajax is opleiding geen vies woord, integendeel. Het is dé manier om als club overeind te blijven. Wij merken dat sponsors en bedrijven die in het wielrennen stappen ook openstaan voor die visie. Bij ons in de ploeg is opleiding een sleutelwoord.”

Investeren boven presteren

Belangrijk, want even dreigde het Nederlandse model in mekaar te zakken. Eind 2016 werd na bijna twintig jaar een punt gezet achter de befaamde jeugdopleiding van Rabobank Development Team. Gelukkig kwamen er snel alternatieven. SEG Racing Academy als eerste. Volgend jaar begint Jumbo ook met een nieuw jongerenproject. ,,Ik heb drie jaar bij SEG gekoerst als belofte”, vertelt Fabio Jakobsen van Quick.Step. ,,Mag ik zeggen dat ik het bewijs ben dat er goed gewerkt wordt?”

Bij SEG is er plaats voor een vijftiental beloften die een uitgebalanceerd en gevarieerd programma kunnen rijden. Visbeek geeft ook een pluim aan kleine teams als Delta Cycling Rotterdam. ,,Samen met een drietal andere continentale teams bouwen zij aan de basis van het Nederlandse wielrennen. Dat doen ze door de nadruk niet meer op presteren te leggen, maar op investeren. Ook daar is opleiden prioritair geworden. In België doet Sport Vlaanderen dat al jáááááren. Een andere belangrijke trend die ik zie, is dat de combinatie studeren-topsport eindelijk mogelijk is gemaakt in dit land. Vroeger haakten daardoor te veel renners af.”

Quote

Voor de sport is het beter als er een tweede proconti­nen­ta­le ploeg bijkomt

Michael Boogerd.

Het aantal coureurs dat een land voortbrengt, is cruciaal, vinden zowel Visbeek, Engels als Boogerd. De komst van Roompot, nu vier jaar geleden, was daarom o zo belangrijk. ,,Eindelijk is er een Nederlands Procontinentaal team”, zegt Engels. ,,Eindelijk is er een schakel tussen het continentale niveau en de WorldTour. Een brug tussen de beloften en de profs. Vroeger was die overstap veel te groot.”

Volledig scherm
Wout Poels won Luik-Bastenaken-Luik in 2016. © Cor Vos

,,Maar ook wij hebben maar een beperkt aantal plaatsen”, vult Boogerd aan. ,,Voor de sport zou het beter zijn als er nog een tweede ploeg op dit niveau bijkomt.”

Boogerd wordt voor de volle honderd procent bijgetreden door Visbeek. ,,De voorbije tien en twintig jaar is er veel Nederlands talent weggegooid. Daar waren twee oorzaken voor: de kloof naar de top was te groot én de plaatsjes waren gewoon te duur. Er konden elk jaar maar een paar jongens prof worden omdat er gewoon niet genoeg ploegen waren. Dumoulin is een goed voorbeeld: als hij tien jaar eerder was geboren, was hij verloren geweest voor het wielrennen. Want bij de beloften was hij nog niet de wereldtopper die hij vandaag is en was hij uit de boot gevallen. Nu krijgen de nummers vijf, zes en zeven van hun generatie wel een kans.”