Volledig scherm
PREMIUM
Jan Evers (links) en Pieter Föllings hebben beiden, onafhankelijk van elkaar, resten gevonden van waarschijnlijk dezelfde Duitse militairen. Onlangs hebben ze elkaar bij toeval ontmoet. De botten lagen in een bosje op de Berendonck. © Paul Rapp

Voor Jan en Pieter is het boek nog lang niet dicht: Van wie waren de botten van de Berendonck?

ALVERNA - Toen Jan Evers en Pieter Föllings elkaar onlangs bij toeval ontmoetten, begon het verhaal weer te leven: van wie waren toch die botten die Evers in 1980 op de Berendonck vond? Hun vragen zijn nog niet beantwoord, maar ze zetten de zoektocht voort. Ook al voert die naar Berlijn.

Twee maanden geleden bezocht Jan Evers de onthulling van de gedenksteen voor William Kalka, de Nieuw-Zeelandse piloot die in de Tweede Wereldoorlog na een crash verdronk in de Maas. Hij werd daar aangesproken door Pieter Föllings. ,,Hé’’, vroeg Föllings, ,,ben jij Jan Evers van die botten op de Berendonck?’’. ,,Zeker’’, antwoordde Evers, ,,maar hoe weet jij daarvan?’’

Het was het begin van een lang gesprek. Om te weten waar het over ging, moeten we terug naar de late jaren zeventig van de vorige eeuw. Evers (53) groeide op in Alverna. ,,Ik was veel met mijn vriendjes op de Berendonck. We speelden dan vaak soldaatje. Ik had toen al veel belangstelling voor archeologie en de Tweede Wereldoorlog. Op een dag vond ik onder een stel struiken een partij botten, waaronder een stuk schedel. Ik zag meteen dat het een menselijke schedel was. Maar mijn vrienden lachten me uit, ze zeiden dat het slachtafval was en we stopten de botten terug.’’

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement