Het aantal nieuwbouwwoningen neemt niet alleen af. Er worden ook sociale huurhuizen gesloopt, verkocht of geliberaliseerd. Daardoor neemt het aandeel sociale woningbouw rap af.
Volledig scherm
Het aantal nieuwbouwwoningen neemt niet alleen af. Er worden ook sociale huurhuizen gesloopt, verkocht of geliberaliseerd. Daardoor neemt het aandeel sociale woningbouw rap af. © ANP

100.000 sociale huurwoningen minder in vijf jaar: ‘De trend is zorgwekkend’

In rap tempo neemt het aantal sociale huurwoningen af. Sinds 2013 telt Nederland bijna 100.000 huizen in de gereguleerde sector minder. De wachtlijsten nemen daardoor toe en meer mensen vallen buiten de boot. ,,Dit is de uitkomst van decennia aan politiek beleid.’’

De koepel voor woningcorporaties Aedes kwam vandaag met een rapportage over 2018 naar buiten. Het aantal nieuwbouwwoningen is naar een dieptepunt gezakt van 12.763. De jaren ervoor waren het er een paar duizend meer, maar de ambitie is om op het niveau van vóór de crisis te komen: 30.000 nieuwe huizen per jaar. 

Wie dieper in de cijfers duikt, ziet dat de woningvoorraad zelfs afneemt. Het aantal huizen dat wordt gesloopt of verkocht ligt namelijk gedurende enkele jaren opgeteld hoger dan dat er bij komen (nieuwbouw en aankoop). Daarnaast wordt een deel van de voorraad door corporaties geliberaliseerd. Dat wil zeggen dat de huur bij aanvang van bewoning boven de sociale huurgrens van 720 euro uitkomt, waardoor de bewoners bijvoorbeeld geen recht meer hebben op huursubsidie.

Recht op huisvesting

,,Ik verbaas me over de snelheid  van de afname van sociale huurwoningen’’, zegt stadsgeograaf Cody Hochstenbach. ,,In mijn ogen is het een zorgwekkende trend, die gekeerd moet worden om het recht op huisvesting te waarborgen. We zien de wachtlijsten alleen maar langer worden, meer mensen hebben moeite hun huur te betalen of vallen buiten de boot. Daardoor zijn meer mensen dakloos geworden.’’

Het aantal geliberaliseerde huurhuizen is in de periode 2013-2017 gegroeid van 87.000 naar 125.000, een toename van 45 procent, zo tonen cijfers van Aedes. In 2018 kwamen er nog eens 10.000 bij, blijkt uit de  rapportage van vandaag. Er zijn ook zo’n 100.000 huizen verkocht, al neemt het aantal verkochte huizen de laatste jaren af. Corporaties verkopen huizen om het opgebrachte geld te investeren in nieuwe huizen en verduurzaming, maar ook om voor ‘gemengde wijken’ te zorgen of huurders de kans te geven ‘wooncarrière’ te maken met de aankoop van hun eigen huis. Momenteel staan er bijna 2,2 miljoen sociale huurhuizen in Nederland, 28 procent van de totale woningvoorraad. De meeste Nederlanders wonen in een koophuis (58 procent). De rest wordt verhuurd door particulieren of commerciële bedrijven.

De invloed van de verhuurderheffing op de nieuwbouw van sociale huurhuizen.
Volledig scherm
De invloed van de verhuurderheffing op de nieuwbouw van sociale huurhuizen. © Aedes

Aedes-voorzitter Marnix Norder is somber over de sociale woningbouw: ,,Jongeren, alleenstaanden, mensen met een middeninkomen... de zoektocht naar een huis is voor velen van hen uitzichtloos. Dus kabinet, doe iets. Zorg voor meer bouwlocaties, stop met de verhuurderheffing en maak het mogelijk dat corporaties middenhuurwoningen kunnen bouwen. Pas dan kunnen we mensen uit de wooncrisis halen.’’

De woningnood was dit jaar dominant aanwezig in de nieuwsrubrieken, met excessen in de Randstad en dan vooral Amsterdam. Maar op veel meer plekken in het land stegen de huizen- en huurprijzen tot recordhoogtes en woningzoekenden lieten van zich horen op sociale media met de actie #ikwileenhuis, overigens geïnitieerd door de woningcorporaties zelf. De crises met stikstof en vervuilde grond (PFAS) hebben nog niet eens invloed gehad op de nieuwbouwvoorraad tot en met 2018. De verwachting is dat het probleem er in ieder geval niet kleiner door zal worden.

Bevolkingsgroei

Quote

Eigen huizenbe­zit wordt méér gesubsidi­eerd dan sociale huur

Cody Hochstenbach

,,De bevolking groeit en we hebben in verhouding méér sociale huurhuizen nodig’’, zegt Cody Hochstenbach van de Universiteit van Amsterdam, die veel publiceert over sociale tweedeling op de woningmarkt. ,,We zien het omgekeerde gebeuren. Deels heeft dat te maken met de toegenomen belastingdruk bij woningcorporaties waardoor ze minder kunnen bouwen, maar het is ook gewoon de uitkomst van decennialang politiek beleid dat erop gericht is de sociale huursector kleiner te maken. Daardoor staat volkshuisvesting als brede voorziening op de helling en wordt sociale huur gezien als liefst tijdelijk vangnet. Als het even kan, zouden mensen met een lager of middeninkomen moeten kunnen doorstromen naar een eigen huis, zo is de gedachte.’’

Het waren volgens Hochstenbach VVD en CDA die met name dat eigen woningbezit aanmoedigden zodat de verzorgingsstaat kleiner zou worden, maar voor linkse partijen werd het sinds eind jaren 80 ook gezien als emancipatie en ‘een ticket naar de middenklasse’. ,,Eigen huizenbezit wordt méér gesubsidieerd dan sociale huur’’, aldus de onderzoeker. ,,De hypotheekrenteaftrek kost de overheid zo’n 10 miljard euro, de huurtoeslag 4 miljard euro.’’

Langere wachtlijsten

Een politieke keuze, met wel enkele nadelige gevolgen, zegt Hochstenbach. ,,Zo hebben bewoners van een sociale huurwoning nu veel vaker dan voorheen een laag inkomen, waardoor armoede zich in bepaalde wijken concentreert. In 2002 had nog 5 procent van de huurders moeite om de huur te betalen, in 2015 was dat al 18 procent. Door de verhuurderheffing en nog wat andere belastingen neemt de druk op woningcorporaties alleen maar toe. Het zal zich vertalen in nog langere wachtlijsten en meer mensen die buiten de boot vallen.’’

PvdA, SP en GroenLinks willen het afslanken van de sociale woningvoorraad wel een halt toeroepen. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer dienen binnenkort een voorstel in om in de woningwet op te nemen dat het aantal sociale huurhuizen minimaal gelijk blijft. Krimpregio’s zouden een uitzondering kunnen krijgen. 

Er zit overigens ook nog goed nieuws in de rapportage van Aedes. De woningcorporaties liggen op koers met de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Doelstelling is om in 2021 op gemiddeld energielabel B uit te komen en dat lijkt te gaan lukken. Corporaties investeerden in 2018 met name in efficiëntere verwarmingsinstallaties (in 70.000 huizen), zonnepanelen (60.000 huizen) en warmtepompen (10.000 huizen).