Volledig scherm
Om de Maasbocht bij Alem te herstellen zou VV Alem moeten verdwijnen. © Bertjan Kers/BD

Miljoenen voor toerisme langs de Maas verdampen; Rijk ziet af van waterverlaging rond Alem

ALEM/KERKDRIEL - Alem komt voorlopig niet op een eiland te liggen, de voetbalclub hoeft niet te wijken voor water, de jachthaven hoeft niet te verkassen en zandbedrijven in De Zandmeren krijgen vooralsnog geen andere stek. Het Rijk ziet af van rivierverruimende maatregelen bij Alem en dat heeft grote gevolgen voor de plannen die Maasdriel langs de Maas had.

De gemeente dacht flink te kunnen profiteren van de plannen om de rivier rond Alem meer ruimte te bieden. De rijksoverheid zou met de ingrepen enorm veel geld kunnen uitsparen. Geld dat moest worden besteed aan dijkverzwaring kon ergens anders worden uitgegeven, zo was de redenering. De rivierverruiming zou namelijk leiden tot een waterstandsverlaging van meer dan twintig centimeter. En dus zouden de dijken minder hoeven te worden verhoogd. Dat scheelde miljoenen, zo was becijferd, en dat geld kon naar lokale projecten die recreatie en toerisme in dit deel van de Bommelerwaard ten goede zouden komen.

Masterplan Maas

Maasdriel stelde voor 100.000 euro iemand van buitenaf aan. Deze regisseur mocht een plan opstellen voor wat er met de miljoenen allemaal mogelijk was, Masterplan Maas. Zo zouden de zandbedrijven plaats kunnen maken voor een recreatiepark aan het water en, vergelijkbaar met Maasbommel, een aantal drijvende huizen. Dat zou een oppepper voor De Zandmeren betekenen.

Het leek te mooi om waar te zijn en dan is dat meestal ook het geval. Den Haag schroefde het uitgespaarde bedrag - en daarmee het bedrag voor de lokale plannen langs de Maas - eerst terug van 41 miljoen naar 26 miljoen, schetst wethouder Peter de Vries. ,,En daarna nog eens naar 9 miljoen en toen was er niks meer over. Jammer, heel jammer, want we zagen heel veel kansen. We verwachten nu dat er zeker de komende tien jaar niets meer gaat gebeuren.”

Wensen blijven overeind

Maar De Vries geeft de moed niet op. ,,We staan weliswaar weer in de afwachtende houding, maar de wensen die we hebben, blijven overeind. We willen volgend jaar de raad toch nog een plan voorleggen, al hebben we er natuurlijk niet meer de middelen voor. We moeten ons niet rijk rekenen.”