Skelet van jonge potvis naar Terra Maris in Oostkapelle

videoDOMBURG - Het skelet van de jonge potvis die op 1 december 2017 bij Domburg aanspoelde gaat naar Terra Maris, het museum voor natuur- en landschap.

Volledig scherm
Provinciebestuurder Carla Schönknecht en Terra Maris-directeur Sven van Rijswijk met de ‘hand’ van de potvis. © Jeffrey Kutterink

Vandaag werd bekendgemaakt dat het skelet vanaf juni in het museum bij Oostkapelle te zien zal zijn. De potvis wordt het belangrijkste en zeker ook het omvangrijkste onderdeel van de wisseltentoonstelling ‘ Wat spoelt er aan in Zeeland? Van potvis tot petfles’ . In 2020 volgt de expositie groot en klein in de Zeeuwse natuur en in 2021 draait het om de biologische kant van de Zeeuwse zeezoogdieren

Dagelijks provinciebestuurder Carla Schönknecht nam het eerste geprepareerde deel van de potvis, de ‘hand‘, in ontvangst. De provincie heeft een grote financiële bijdrage geleverd aan de komst van de potvis naar Zeeland. Het skelet zal ten minste drie jaar in Terra Maris te zien zijn. Na drie jaar wordt bekeken of de potvis een nieuwe permanente ruimte in Terra Maris kan krijgen. 

Preparateur Bas Perdijk  zal de komende maanden het skelet van de potvis in Terra Maris in elkaar zetten. Het gaat in totaal om zo’n duizend kilo aan grote en kleine delen.

Bekijk hieronder de video van de vondst van de potvis in 2017.

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Anouk hoopt op duidelijkheid over haar vermiste vader: ‘Ik was altijd dat meisje van Ploegstra’
    PREMIUM

    Anouk hoopt op duidelijk­heid over haar vermiste vader: ‘Ik was altijd dat meisje van Ploegstra’

    IJZENDIJKE - Waar is Herman Ploegstra? Al meer dan acht jaar worstelt de familie van de kraanmachinist uit IJzendijke met die vraag. Woensdag houdt het coldcaseteam dat de zaak onderzoekt een tweede bewonersbijeenkomst. Hermans dochter Anouk (16) vertelt wat de verdwijning van haar vader met haar heeft gedaan. ,,Mijn herinneringen aan hem vervagen, dat vind ik zelf wel jammer.”